Houtenhuizen, column

De houten huizen, column

 

De tijd van oorlog, bezetting en bevrijding ligt al weer vele generaties achter ons. De Europese samenwerking heeft (West) Europa al jaren weten te vrijwaren van oorlogsgeweld nadat de grote Europese landen twee pogingen hebben gedaan om elkaar in een Eerste en een Tweede Wereldoorlog een kopje kleiner te maken.

Wat heeft die verre terugblik te maken met Kaag en Braassem in deze moderne tijd? Fietsend door Roelofarendsveen stuitte ik laatst weer eens op de ‘houten huizen’ in de gemeente. Zoals ik die met grotere regelmaat ook in Nieuwe Wetering zie. Die woningen – de Oostenrijkse woningen – zijn na de oorlog als noodwoningen neergezet om de snel  stijgende vraag naar huisvesting te bevredigen.

Noodwoningen in 1949, dat waren geen containerwoningen of stacaravans die vandaag de dag als noodwoning voor asielzoekers worden neergezet. Geen tenten zonder verdere voorzieningen. Bedoeld als tijdelijk, maar niets is zo blijvend als iets tijdelijks, aldus een gangbare uitspraak in politiek ‘Den Haag’.

De Oostenrijkse woningen staan er dan ook nog steeds. Na vele verbouwingen en renovaties. De bewoners zijn er blij en tevreden mee. De woningbouwvereniging is dat niet. Die wil van de noodwoningen af. Een nieuwe renovatiegolf wordt te duur, duurder in ieder geval dan slopen en nieuwbouw. Dat is weliswaar tegen de zin van de bewoners, maar de top van de vereniging wil de plannen doorzetten. En sinds wanneer moeten beleidsbepalers van sociale woningbouw luisteren naar huurders? Dat doen banken toch ook niet naar de spaarders?

Kort en goed: De buurt wil geen aantasting van het dorpsgezicht, want de karakteristieke huizen zijn niet te vergelijken met de saaie nieuwbouwrijtjes die er voor in de plaats zouden kunnen komen. En de bewoners zien de bui hangen: nieuwbouw betekent ongetwijfeld fikse huurverhoging. Zeker als je de nieuwbouw beperkt tot het aantal woningen dat er nu staat en geen appartementen toestaat.

Een slimme zet van de bewoners is het inschakelen van de commissie ruimtelijke Kwaliteit, die in een advies heeft aanbevolen de woningen de status te geven van ‘beschermd dorpsgezicht’. De corporatie spreekt haar ongeloof uit, maar het staat er echt: monumentenstatus voor de Oostenrijkse woningen.

Hoe gaat het nu verder met ‘houten huizen’ in de gemeente? Voor de één een vraag, voor de ander een weet. Als ik door Roelofarendsveen fiets van de supermarkt naar de bibliotheek trekken de rijtjes eengezinswoningen onopgemerkt voorbij. Tot ik bij de noodwoningen kom. Dan denk ik aan het verleden, aan wat behouden is gebleven in Kaag en Braassem. En dan zeg ik het maar gewoon hardop: Afblijven van het oude. Er is al te veel gesloopt en vervangen door fantasieloze stapels stenen. Het verleden bewaren mag van mij best wel wat kosten.

 

Gijs Korevaar


Terug naar overzicht