Herrie, column

Het is dat de datum het zegt: eind mei is toch echt hartje lente en begin zomer. Toch? Nou het lijkt er eigenlijk niet op. Maar op die spaarzame dagen dat de zon doorbreekt, is het heerlijk zitten op mijn terras in Nieuwe Wetering. Kijken naar de voorbijvarende bootjes, proberen je niet te storen aan die irritant harde bel van de brug. Dan klinkt nu nog zachtjes de bekende housedreun over het water. Langzaam zwelt het geluid aan van cafésterkte tot discoherrie. Dan komt de veilingschuit onder de brug door. Jongens en meisjes hossen op de boot met schuimend bier in de hand terwijl de geluidsinstallatie waar de Alkeburcht trots op zou zijn op volle sterkte staat. We zitten pas weer rustig als de boot de Wetering naar de Braassem op draait.

Even is het stil. Verlekkerd duik ik in mijn boek. Maar dan komen de motorclubs langs. Nee, niet de Hells Angels of zo, gewoon liefhebbers van de motor die met z’n allen een ommetje rijden. Het geluid houdt het midden tussen een auto waar de bougie uit is geklapt - is mij een keer overkomen dus ik ken dat geluid – en een opstijgende Ariane raket in het oerwoud van Frans Guyana. In dat buurland van Suriname ben ik geweest om voor de krant een raketlancering bij te wonen, dus ook dit geluid herken ik van verre.

Wat bezielt die mensen op zo’n motor toch. Ze maken een enorme herrie, omwonenden hebben er last van en die motorrijders denken dat ze de vrijheid tegemoet rijden. Heerlijk het asfalt onder de wielen, de wind in het gezicht? Ik rij met mijn auto over hetzelfde asfalt, voel dezelfde vrijheid en wind door het open raam maar ik val de omwonenden een stuk minder lastig. Ik begrijp best dat het handig is om voor te dringen met een motor bij het stoplicht en tussen de stilstaande auto’s in een file door te racen.

Maar aan auto´s, bestelwagens en vrachtauto´s worden in toenemende mate eisen gesteld over vervuiling en geluid. Regels, normen, keurmerken en testen genoeg. Stille banden, niet toeteren bij het hospitaal, snelheid aanpassen als het druk is en ga zo maar door. Het is dus de allerhoogste tijd dat de overheid die normen ook voor motoren gaat toepassen.

Ik sprak eens een motorrijder aan die bij de dichte brug zijn motor aan liet staan. Er zit ook een uitknop op, zei ik vriendelijk. De motorrijder keek mij minachtend aan, terwijl hij zijn helm afzette. ´Mooi geluidje, toch?’ zei hij. Ik keek naar zijn oren, waar hij herriestoppers in had zitten.

 

Gijs Korevaar


Terug naar overzicht